Dit zijn de genomineerden voor de David van Lennep Scriptieprijs

genomineerden David van Lennep Scriptieprijs 2023

11 waardevolle onderzoeken door universiteiten ingezonden voor scriptieprijs

Elf méér dan uitstekende eindscripties van masterstudenten zijn dit jaar genomineerd voor de David van Lennep Scriptieprijs. De NSvP wil met deze jaarlijkse prijs jonge onderzoekers belonen die relevante inzichten en nieuwe perspectieven bieden op de Toekomst van werk - waar niet financieel gewin maar de mens en diens Talent centraal staan. Met Toegang tot werk voor iedereen. En de inzet van Technologie die de kloof tussen mensen verkleint. 
De scripties worden ingediend door de universiteiten en een onafhankelijke jury beslist welke drie genomineerden de David van Lennep Scriptieprijs winnen. De winnaars ontvangen een geldbedrag van respectievelijk € 2.000, € 1.500 en € 1.000. De bekendmaking en prijsuitreiking is op woensdag 7 februari tijdens het symposium 'Werken tot Nut van het Algemeen', georganiseerd door de NSvP en het Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken. Deelname aan het symposium is gratis en kan na aanmelding via bovenstaande link. 

Hieronder stellen we in alfabetische volgorde de elf genomineerden voor: 
 

Hoe kan de Technische Universiteit Eindhoven de ervaren werkdruk van wetenschappelijk personeel verminderen door de academische kalender opnieuw in te richten? Dit was de hoofdvraag van Tom Coppelmans, TU/Eindhoven. Universiteiten in Nederland hebben – in vergelijking met het buitenland – een lang academisch jaar, oftewel: veel onderwijsweken. Daardoor is er minder tijd voor onderzoekstaken, met als gevolg een hoge werkdruk en uitputting. Tom onderzocht de (persoonlijke) werkdruk en werkstress van de medewerkers én nam de inrichting van het academisch jaar in binnen- en buitenlandse universiteiten onder de loep. Zijn uitkomsten vormen een goed uitgangspunt voor een ‘slimmer academisch jaar’ met gezondere omstandigheden voor de wetenschappelijk medewerkers. Naar de scriptie >
 

Ondanks dat de beroepsbevolking tegenwoordig bijna voor de helft uit vrouwen bestaat, zijn er nauwelijks onderzoeken naar de invloed van de drie M’s, te weten Menstruatie, Moederschap en Menopauze, op de werkmotivatie en werkprestaties van vrouwen. Kate Cowhig (Universiteit Utrecht) onderzocht één van deze M’s, namelijk menstruatie. Gebaseerd op beschikbare wetenschappelijke literatuur stelde Kate een aantal hypothesen op en voerde zij een dagboekstudie uit. Haar onderzoek wijst uit dat het werken met menstruatieklachten negatieve gevolgen heeft voor de werkbevlogenheid van vrouwen. Het is dus van belang om aandacht te besteden aan vrouwspecifieke lichamelijke ervaringen op het werk - niet alleen voor vrouwen zelf, maar ook voor werkgevers. Naar de scriptie >
 

Verschillende studies over telewerk hebben positieve kanten van werken-op-afstand aangetoond (zoals een betere werk-privébalans en meer voldoening), terwijl volgens andere studies telewerk zorgt voor negatieve effecten, zoals een verminderde productiviteit door bijvoorbeeld cyberslacking (het gebruik van telefoon of computer in werktijd voor niet-werkgerelateerde taken). Bianca Del Re (Universiteit van Amsterdam) stelde de vraag waarom en wanneer telewerken zorgt voor minder prestatie en/of cyberslacking. Haar onderzoek toont aan dat mensen die duidelijke werkdoelen stellen, betere taakprestaties laten zien bij telewerk en mensen die geen doelen stellen meer cyberslacken. Het stellen van doelen lijkt dus een goede strategie voor werknemers om gefocust te blijven en hun werkprestaties te verbeteren. Naar de scriptie >

In een geïsoleerde werkomgeving, namelijk bij de crew van privé jachten, onderzocht Julia Esen (Maastricht University) de interpersoonlijke emotieregulatie (IER) onder werknemers. IER draagt bij aan het opbouwen en behouden van goede, positieve werkrelaties en een gezond emotioneel welzijn. Julia’s onderzoek toont aan dat werken in deze extreme werkomgeving de behoefte aan interpersoonlijke emotieregulatie vergroot en tegelijkertijd het initiatief tot IER juist beperkt. Haar onderzoek maakt duidelijk dat werknemers in deze sector geconfronteerd worden met uitzonderlijke veeleisende werkeisen aan de ene kant, en ernstige beperkingen op het vlak van emotionele support aan de andere kant. Het vormt een belangrijk alarmsignaal voor het chronisch gebrek aan welzijn van de werknemers in een – tot nu toe – onzichtbaar werkveld. Naar de scriptie > 
 

Laurens Houwink (Erasmus Universiteit Rotterdam) vergeleek bevlogenheid op het werk met flow op het werk. Deze twee termen hebben veel overeenkomsten, maar in wetenschappelijk onderzoek zijn ze altijd gescheiden gehouden. Bevlogenheid gaat over opgaan in je werk en je er energiek door voelen. Flow wordt vaak gedefinieerd als een volledige taakfocus, jezelf vergeten en een gevoel van voldoening. Laurens onderzocht de empirische overlap tussen bevlogenheid en flow, en of ze op een vergelijkbare manier samenhangen met werkgerelateerde eigenschappen. Een van de belangrijkste bevindingen is dat de overlap tussen factoren van bevlogenheid en flow zo groot is, dat ze als vrijwel identiek beschouwd kunnen worden. Bovendien hebben ze op vergelijkbare manieren invloed op aspecten van werk en welzijn.
 

Leon Jung (Universiteit van Amsterdam) ontwikkelde een instrument dat inzicht geeft in hoe AI-voorspellingen bij HR-beslissingen (over bijvoorbeeld het aannemen van personeel, promoties of het toekennen van bonussen) tot stand komen. Een voordeel van AI is dat het grote hoeveelheden gegevens kan verzamelen, verwerken en combineren, maar beslissingen door AI worden door het black box effect vaak als minder eerlijk ervaren dan beslissingen door mensen. Met zijn instrument maakte Leon deze onzichtbare en complexe mechanismen die schuil gaan achter algoritmische besluitvorming, zichtbaar. Zijn onderzoek levert een waardevolle bijdrage aan het onderzoeksveld van eXplainable AI. Naar de scriptie >
 

Elle Kemperman (Erasmus University Rotterdam) onderzocht hoe teams verschillende type doelen kunnen hebben en hoe deze doelen teamprocessen, motivatie, samenwerking en teamprestaties kunnen bevorderen - of juist ondermijnen. Elle maakte daarbij onderscheid tussen twee type doelen: Normatieve teamdoelen en appearance teamdoelen. Teams met normatieve doelen zijn competitief; ze streven ernaar beter te zijn dan andere teams. Teams met appearance doelen willen een goede indruk maken; ze willen anderen te laten zien dat ze competent en getalenteerd zijn. De resultaten van Elle’s onderzoek wijzen erop dat gezamenlijke normatieve doelen de samenwerking en teamprestaties bevorderen. En teams met sterke appearance doelen bleken positiever over hun eigen prestaties, maar deze positieve kijk werd niet per se gedeeld door hun teamleider. Naar de scriptie >
 

In de zorg komen er steeds meer verwachtingen te liggen bij de sociale en informele omgeving van individuele mensen. De buurt of community krijgt een sleutelpositie in de kwaliteit van zorg en leven. Organiseren van de zorg rondom communities biedt dus mogelijk een antwoord op vraagstukken rondom arbeidstekorten, vergrijzing en werkdruk in de zorg. Het onderzoek van Marijne Liese - Happel (Radboud Universiteit Nijmegen) geeft een passend antwoord op een urgent maatschappelijk vraagstuk: Hoe kunnen we empowerment-processen in communities in de zorg faciliteren? Haar scriptie biedt waardevolle inzichten op het vlak van sociale innovatie en veranderkracht voor beleidsmakers, zorgfinanciers en organisaties. Naar de scriptie > 
 

Om toekomstige prestaties van sollicitanten te voorspellen combineren recruiters verschillende stukjes informatie. Uit eerder onderzoek blijkt dat het combineren van informatie via een algoritme (mechanische manier) méér juiste voorspellingen oplevert dan wanneer dit door een mens (holistische manier) gebeurt. Maar de mechanische besluitvorming wordt minder gebruikt, omdat die het gevoel van autonomie van de recruiter aantast. Om deze kloof te overbruggen zette Franziska Linn (Vrije Universiteit Amsterdam) mechanische synthese (MS) in; daarbij wordt de menselijke beoordeling geïntegreerd in een algoritme om de uiteindelijke voorspellingen te genereren. Wat eruit kwam? De voorspellende waarde via MS is significant hoger dan via de holistische manier én beter dan de algoritmische benadering – en de autonomie van besluitvormers blijft behouden. Naar de scriptie > 
 

Shagun Thakur (Maastricht University) onderzocht vrouwelijk leiderschap in een hybride werkomgeving- meer specifiek keek zij naar de verschillen in agentisch gedrag (dominant, assertief, ambitieus en zelfverzekerd) en communaal gedrag (coöperatief, vriendelijk, gevoelig en zorgzaam) in virtuele (op afstand) en face-to-face werksituaties. Door genderongelijkheden en stereotypen hebben vrouwelijke leiders vaak te maken met een zogenaamde double bind, die hen dwingt om te gaan met de vermeende tegenstrijdigheid tussen hun rol als leider (en de verwachting om agentisch te handelen) en hun rol als vrouw (en de verwachting om communaal te handelen). Shagun laat zien dat in een virtuele situatie vrouwelijke leiderschapsgedrag als meer agentic werd ervaren, waardoor deze leiders bewust probeerden om meer communaal gedrag te vertonen. In een hybride situatie ontstaat hierdoor een androgyne aanpak. Naar de scriptie >
 

Waar de meeste literatuur zich richt op de negatieve gevolgen van ADHD-symptomen op het werk (zoals een lager inkomen, minder welzijn van de werknemer en een lagere werkprestatie), onderzocht Georgia de Lima Zanella (Universiteit van Amsterdam) een mogelijk voordeel, namelijk: meer divergent denken, oftewel het vermogen om met veel nieuwe ideeën te komen. Dit is een cognitief proces dat ten grondslag ligt aan organisatorische creativiteit en innovatie. Uit Georgia’s onderzoek blijkt dat de hoogste mate van divergent denken op de werkplek ontstaat, wanneer ADHD-symptomen, creatieve motivatie en geloof in eigen kunnen allemaal hoog zijn. Haar onderzoek heeft belangrijke implicaties voor het stimuleren van neurodiversiteit op de werkplek en voor het benutten van ADHD-symptomen als een voordeel voor organisaties. Naar de scriptie > 

 

Thema's

Onderwerpen

Over NSvP

De NSvP maakt zich hard voor een menswaardige toekomst van werk. We stellen de vraag hoe de arbeidsmarkt van morgen eruit ziet en onderzoeken hoe werk zodanig kan worden ingericht dat het bijdraagt aan de menselijke waarden en behoeften. We zijn een onafhankelijke stichting. We financieren als vermogensfonds innovatieve projecten op het snijvlak van mens, werk en organisatie.

Rijnkade 88
6811 HD Arnhem
info@nsvp.nl
026 - 44 57 800

 

Vind ons op Facebook
Volg ons