Hoe gaan we naar Bull’s eye banen in een krappe arbeidsmarkt?

Symposium Werken tot Nut vh Algemeen

Terugblik Symposium ‘Werken tot Nut van het Algemeen’

Op 7 februari organiseerden het Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken en de NSvP het symposium ‘Werken tot Nut van het Algemeen’ in de Zalen van Zeven in Utrecht. Centraal stond de vraag waar we ons schaarse arbeidspotentieel voor willen inzetten. En wat is nuttig werk precies? Hoe gaan we van bullshit- naar bull’s eye banen? Een middag met levendige discussies tussen wetenschappers, beleidsmedewerkers, onderwijsspecialisten, arbeidsmarktregio’s, werkgevers en -nemers en HR-adviseurs. Na afloop kon geconcludeerd worden dat moeilijk een eenduidig antwoord te geven is op de vraag wat de belangrijkste opgaven van de toekomst zijn en wie dat bepaalt. De perspectieven en belangen lopen sterk uiteen en het laatste woord hierover is nog niet gesproken. Wat wel vaststaat is dat de verbinding tussen werk, maatschappelijke opgaven en de ervaring van zinvol werk, aandacht vraagt en dat werk meer is dan een bijdrage aan het BNP of puur het verwerven van inkomen. Op 4 juni staat de volgende NSvP-bijeenkomst* gepland in Utrecht. 

 

 

Of je je nu bezighoudt met opleidingen, arbeidstoeleiding, loopbaanbegeleiding, werving of arbeidsvoorwaarden, de vraag wat nuttig en zinvol werk is raakt iedereen, stelt Sonia Sjollema, directeur van de NSvP, die het symposium opende. Ze kondigde aan een beter onderbouwd debat aan te willen jagen binnen organisaties en tussen maatschappelijke sectoren over nuttig werk in relatie tot behoeften in de samenleving, de economie en de persoonlijke ervaring van zinvol en waardevol werk. “Tegenover een smalle opvatting van nuttig werk als bijdrage aan economische groei, staat een opvatting over werk dat bijdraagt aan Brede Welvaart. Wat betekent dit voor de arbeidsmarkt en de keuzes die gemaakt moeten worden? En als de overheid wil sturen op de inzet van mensen, hoe maken we dan keuzes tussen werk in verschillende sectoren? En wat betekent meer focus op waardevol werk voor modern werkgeverschap, beroepskeuze, opleiding, toeleiding naar werk en HR-beleid van de toekomst? Daar gaan we het hier vanmiddag met elkaar over hebben”, trapte de NSvP-directeur de bijeenkomst af. 

Kwalitatieve benadering van krapte

De eerste keynote-spreker is Ronald Dekker, Arbeidseconoom bij TNO. Volgens hem wordt krapte op de arbeidsmarkt vaak benaderd vanuit kwantiteit: hoe zorgen we ervoor dat vacatures zo veel en snel mogelijk worden vervuld? Hij hield een pleidooi voor een kwalitatieve benadering: een focus op wat mensen zelf als nuttig ervaren en de kwaliteit van aangeboden werk. “Dit is een beladen gewetensvraag. Mijn antwoord op wat nuttig werk is, is niet per se hetzelfde als hoe de maatschappij hier tegenaan kijkt. Als ik drie maanden stop met werken heeft niemand er last van, terwijl dit bij een vuilnisman al na een dag het geval is. Maar dit betekent niet dat ik geen nuttig werk doe.” Tegelijkertijd merkt hij op dat het nut van werk vaak wordt gemeten aan de hand van het salaris, wat hij een rare ontwikkeling vindt. “Het salarisverschil tussen een vuilnisman en een leidinggevende op een departement zal een factor drie zijn in het voordeel van die leidinggevende. Maar zijn of haar werk is zeker niet drie keer zo relevant als dat van een vuilnisman.”

Hij benadrukt dat de vraag wat nuttig werk is een politieke discussie is. “Wiens perspectief is leidend?” Bij het ontwikkelen van beleid zijn volgens hem een aantal factoren waarmee rekening moet worden gehouden. Dekker loopt ze stuk voor stuk langs: de krapte op de arbeidsmarkt, arbeidsmigratie, inkomensverdeling, productiviteit, economisch (structuur)beleid, re-integratie en een inclusieve arbeidsmarkt. Hij concludeert dat nuttig werk werk is dat bijdraagt aan welzijn, gezondheid en zingeving én aan aspecten van brede welvaart. “Alleen dan kunnen we zinvolle afwegingen maken tussen werk, vrije tijd en de maatschappelijke waarde van betaalde en onbetaalde activiteiten.”

Keuzes maken door krapte

De tweede keynote-spreker is Martin Olsthoorn, programmamanager bij het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Hij spreekt over keuzes op een krappe arbeidsmarkt: wat als niet al het werk meer gedaan kan worden? Die vraag is volgens Martin niet hypothetisch, want de huidige krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt is een langdurig probleem. “In de toekomst gaat er meer werk zijn dan mensen om al dat werk te doen. De krapte dwingt ons als samenleving tot een keuze over wat we daadwerkelijk gedaan willen hebben.” De groei van de arbeidsparticipatie vlakt volgens Martin af en de groei van de bevolking stagneert. “Met meer arbeidsmigratie is daar maar heel beperkt iets aan te doen. Als er meer mensen van buiten Nederland bijvoorbeeld in de zorg of het onderwijs komen werken, worden die mensen en hun kinderen ook gebruikers van zorg en onderwijs. Het kan alleen met veel sturing op arbeidsmigratie en dat is heel ingewikkeld, dus daar ligt volgens mij het antwoord niet.” 


Ook in het maken van meer uren zit volgens Martin weinig rek. “Zelfs wanneer de marginale druk afneemt en meer uren maken beter gaat lonen, verwacht ik er niet veel van. Het financiële argument is meestal niet het belangrijkste argument voor het aantal uren dat mensen werken. In Europa heeft alleen IJsland een hogere participatiegraad.” Het effect van het inzetten van onbenut arbeidspotentieel, bijvoorbeeld mensen met een bijstandsuitkering, is volgens Martin ook beperkt, omdat vraag en aanbod niet altijd op elkaar aansluiten. Het antwoord ligt volgens hem in een inclusieve arbeidsmarkt met een mensgerichte focus en kwaliteitsvol werk. “Discriminatie moet daarom beter worden bestreden en er moeten functies gecreëerd worden om mensen binnenboord te houden. Werk dat bestaanszekerheid geeft en motiverend is. Hanteer een brede blik op participatie; betaald werk is niet het enige nuttige werk.” 

niet elk ministerie moet beleid ontwikkelen voor voldoende werkenden in de eigen sector, er is juist samenwerking en overbrugging nodig tussen sectoren.

Daarnaast moet de politiek een richting kiezen op basis waarvan er keuzes gemaakt worden: welke sectoren en banen willen we stimuleren en welke niet? Daarvoor is meer interdepartementale samenwerking nodig: niet elk ministerie moet beleid ontwikkelen om voldoende werkenden voor zijn eigen sector veilig te stellen, maar er zijn overbruggende afwegingen nodig tussen sectoren. Manieren om te sturen op inzet van mensen kan bijvoorbeeld via ontwikkelbudgetten en beleid op het gebied van Leven Lang Leren. “Met opleidingsvouchers kun je keuzes maken welke opleidingen je gaat vergoeden voor deelnemers en welke niet. Het is niet makkelijk. Door bewuster afwegingen te maken in beleid en politiek voorkomen we dat er overal tekorten ontstaan en we op alle fronten niet meer de kwaliteit kunnen bieden die nodig is.” 
 

Interactieve thematafels

Na de twee inleidingen volgde een interactief programma met acht verschillende thematafels. Aan iedere tafel (verspreid over twee verdiepingen) stond een ander perspectief centraal, veelal gelinkt aan artikelen uit het themanummer over ‘Tot Nut van het Algemeen’. Iedere sessie werd begeleid door een wetenschapper of praktijkexpert. 

Thematafel 1: Kan sturing en verplichting bij re-integratie wel leiden tot waardevol en betekenisvol werk?

Het maatschappelijk debat over arbeidsre-integratie is de laatste jaren verschoven naar ‘waarde van werk’. Maar kan werk eigenlijk wel waardevol of betekenisvol zijn, wanneer mensen zoals bijstandsgerechtigden hiertoe worden verplicht? En hoe kunnen mensen met weinig kansen op reguliere arbeid alsnog (weer) waardevol werk verrichten? Deze vragen zijn cruciaal voor onderzoekers en re-integratieprofessionals die vernieuwende routes naar waardevol werk en duurzame integratie zoeken in het sociaal domein. Deze tafel werd geleid door Anja Eleveld, universitair hoofddocent Sociaal Recht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, die hier onderzoek naar heeft gedaan onder bijstandsgerechtigden.

“De bijvangst uit mijn onderzoek is dat ik inzicht kreeg in hoe deze groep hun werk – of ze nu wel of niet hiertoe werden verplicht – waarderen. Een deel van de ondervraagden zag het als straf en inperking van hun autonomie als ze verplicht werden tot een bepaald werktraject. Anderen bestempelden het werk waar ze toe gedwongen werden als nutteloos. Weer anderen hadden minder moeite met die verplichting. Dit laatste geldt opvallend genoeg vaak voor mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt. Mijn analyse is dat hier sprake is van adaptive preference. Omdat deze groep doorgaans weinig zicht heeft op een betaalde baan, is er in eerste instantie waardering voor de mogelijkheid van participatie op zichzelf. Voor duurzame participatie zou ik altijd het belang van keuzes onderstrepen.”

Thematafel 2: Hoe kunnen we schaarse arbeidskrachten in zetten op onze noden en minder op onze wensen?

Deze thematafel werd geleid door Ruud Gerards, arbeidseconoom en onder meer redactielid bij Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken. De vraag die centraal stond was: ‘Als we meer focussen op wat we nodig hebben, is er dan wel arbeidsmarktkrapte? Zou het in Nederland met ruim tien miljoen mensen aan beroepsbevolking en onbenut arbeidspotentieel, niet mogelijk moeten zijn om op gezonde duurzame wijze in (minimaal) de basisbehoeften van 17,8 miljoen inwoners kunnen voorzien?’.

Aan deze tafel ontstonden de felste discussies, bijvoorbeeld over welke beleidsopties er zijn om schaarse arbeid meer in te zetten op onze noden en minder op onze wensen. “Het viel mij op dat – ondanks de locatie (een kerk, redactie) – er niet alleen maar gepreekt werd voor eigen parochie. Bij de inzet op brede welvaart is er vaak sprake van een spanningsveld. Wat goed lijkt voor het collectief kan botsen met individuele keuzes, waardoor wrijving kan ontstaan als mensen het gevoel hebben dat hun autonomie gevoelsmatig wordt weggenomen of als er wrijving ontstaat met individuele keuzes”, vatte Ruud de discussie na afloop samen.

Thematafel 3: Sturing of vrije keuze in loopbaan en opleiding?

Ook bij individuele loopbaankeuzes lijkt er een toegenomen spanning tussen individuele en collectieve belangen op de arbeidsmarkt. Sluiten individuele loopbaanvoorkeuren wel goed genoeg aan op de collectieve vraag in sectoren die nodig zijn om de samenleving op te bouwen? Hoe blijven individuele loopbanen in de collectieve pas lopen? Wat vraagt dat en van welke betrokkenen? Deze sessie werd geleid door Jouke Post, onderzoeker aan de Saxion Hogeschool bij het lectoraat Human Capital.

“Ik ben overtuigd van de positieve en universele waarde van werk, in de ruime betekenis van het woord. Ieder mens heeft een wil tot betekenis. Werk is voor die betekenis het middel bij uitstek. Hoe we werk en werkloosheid als samenleving kunnen en willen inrichten is een politieke keuze. Naar mijn mening kan en mag dit heel anders.” Beleidsadviezen die naar voren kwamen tijdens deze thematafel waren onder meer: minder beroepsgericht opleiden en focussen op brede opleidingen en multi-routes, meer denken en organiseren in skills en tot slot een andere inrichting van het functiehuis.

Thematafel 4: Aanpak van regionale ongelijkheid in ervaring van waardevol werk

Aan deze tafel werden de oorzaken en oplossingsrichtingen besproken voor (regionaal) beleid om de structurele ongelijkheid tussen regio’s te verminderen. De sessie werd geleid door Femke Cnossen en Arjen Edzes van de Rijksuniversiteit Groningen. “Uit ons onderzoek blijkt dat er structurele ongelijkheid bestaat tussen regio's in Nederland als het gaat over waardevol werk. Of mensen autonomie, competentie, relatie of baantevredenheid kunnen ervaren, hangt niet alleen af van het beroep dat zij uitoefenen, de industrie waarin zij werken, of hun opleidingsniveau, maar bevat ook een uitgesproken regionale component”, licht Cnossen toe.

In deze discussietafel gingen de deelnemers onder meer dieper in op de oorzaken van deze regionale verschillen in de subjectieve waardering van werk. Verder werd er nagedacht over oplossingsrichtingen, vervolgonderzoek en passend (regionaal) beleid om deze ongelijkheden te verminderen.

Thematafel 5: Essentieel werk tegen niet-essentieel applaus?

Onder leiding van Ruth van Veelen, als wetenschapper bij TNO gespecialiseerd in inclusief werk, werd gesproken over de vraag wat we kunnen leren over nut en herwaardering van essentiële beroepen. Het niet-essentiële applaus in de titel verwijst naar het applaus dat zorgmedewerkers van Nederland in ontvangst namen tijdens de coronacrisis, maar dat niet tot een hogere waardering en status van deze beroepen heeft geleid. Van Veelen stelt dat de statussen van de toen essentiële beroepen nu het meest onder druk staan op de arbeidsmarkt. “Het is in mijn ogen een gemiste kans dat het daarna niet gelukt is die beroepen hoger op de maatschappelijke ladder te krijgen.”

De vraag ‘Wat is nuttig werk?’ werd aan deze tafel uitgebreid besproken en bleek een complex probleem. Van Veelen: “Het heeft alles met de professionele identiteit te maken. Lever je een zinvolle bijdrage? En zo ja: wat is de maatschappelijke waardering daar dan van?” Een deelnemer aan de tafel zei het zo: “Er werken heel veel mensen aan het volgende Mona-toetje. Maar wat voegt dat toetje nou toe aan het leven?”

Thematafel 6: Beleidsadviezen: In hoeverre staan keuzes vanuit brede welvaart al centraal?

Deze tafel praatte onder leiding van Ronald Dekker van TNO, die in zijn keynote al concludeerde dat een zinvolle discussie over nuttig werk het best gevoerd kan worden vanuit het perspectief van brede welvaart. Wordt er in beleidsadviezen al voldoende gestuurd op brede welvaart? Het antwoord van de groep is ‘nee’. Brede welvaart staat niet of nauwelijks centraal in beleidsadviezen. De enige uitzondering betreffen de rapporten van de WRR over werk. “Dan gaat het bijvoorbeeld over de kwaliteit van arbeid, en de raakvlakken met bijvoorbeeld ‘grip op het leven’ en ‘toegang tot werk’. In de overige rapporten is de link doorgaans meer impliciet”, zegt Dekker.

De afweging rondom de maatschappelijke relevantie van sectoren en bedrijfstakken op de korte en de lange termijn kwam ook ter sprake. Zo ging het bijvoorbeeld over varkensboeren en Tata Steel. Ronald: “Arbeidsmarktbeleid kan voortkomen uit economische keuzes, maar er bestaan grote departementale verschillen. Om niet te zeggen dat die elkaar tegenwerken.” De volgende vraag is hoe je beleid op basis van brede welvaart dan implementeert. De conclusie aan deze tafel was dat brede welvaart centraal moet worden gesteld in beleidsadviezen. Vervolgens moeten die adviezen ook worden opgevolgd.

Thematafel 7: Betekenisvol werk: meer dan maatschappelijke meerwaarde

Onder leiding van Ruud van der Aa en Michiel van Rijn van CAOP werd gesproken over betekenisvol werk en de relatie daarvan met de kwaliteit van werk. Hier vond een levendige discussie plaats over het nut van werk, waarbij het ook over vrijwilligerswerk ging. Vastgesteld werd dat vrijwilligerswerk betekenisvol is en feitelijk ook concurrerend werk is. Mensen gaan vaak vrijwilligerswerk doen als er een financiële basis bestaat en ze geen nieuwe baan meer ambiëren.

De inhoudelijke overlap van kwaliteit van werk en de betekenis van werk kwam eveneens ter sprake. Betekenisvol werk maakt het salaris minder belangrijk en draait om meer dan alleen status. Het is zaak mensen zelf te betrekken bij de invulling van wat betekenisvol werk voor hen is, zowel aan de voorkant als aan de achterkant. Hier ligt een rol voor goed werkgeverschap. Betekenisvol werk zou bijvoorbeeld in individuele ontwikkelgesprekken een onderwerp van gesprek kunnen zijn.  

Thematafel 8: Hoe zorgen we dat meer mensen zich willen en kunnen inzetten voor het algemeen belang? 

Deze tafel ging onder leiding van NSvP-voorzitter Siebren Houtman en Joop Schippers, bestuurslid NSvP en hoogleraar arbeidseconomie aan de Universiteit van Utrecht in gesprek over hoe we bepalen welk werk meer of minder bijdraagt aan het algemeen belang. Bestaat er zoiets als een plicht voor een individu om bij te dragen? In het gesprek wordt al snel duidelijk dat het brede belang schuurt met individuele autonomie in bijvoorbeeld studie- of loopbaankeuze. Het onderwijs kan breder dan alleen beroepsgericht georganiseerd worden, meer vloeibaar. Om het makkelijker te maken om je te verbinden aan het algemeen belang zou het helpen als er meer gesproken werd over de maatschappelijke opgaven waar we als samenleving voor staan. 


De vraag hoe consensus ontstaat over welke vragen leidend moeten zijn is meer een democratische vraag. Is het aan de politiek om dat te bepalen, is de politiek zelf in staat om daar afwegingen in te maken die in het belang zijn van de samenleving als geheel en hoe kunnen we als burgers in het debat een actieve stem krijgen? Want wie stelt de norm voor de inzet voor het algemeen belang? Kunnen we aan mensen vragen wat ze bij zouden willen dragen aan het collectief? Kunnen mensen gedwongen worden tot bijdragen aan het algemeen belang? De helft van de deelnemers aan tafel geeft aan dat een vorm van sturing zou moeten kunnen, bijvoorbeeld in de vorm van een algemeen dienjaar of numerus fixus bij opleidingen. De andere helft ziet meer in stimulering zonder dwang. De conclusie is dat er een moreel kompas nodig is om te sturen op het algemeen belang. Alleen door onderling gesprek kan zicht komen op wat de collectieve opgaven zijn en welk werk “goed”, “nuttig” of nodig is om de gewenste toekomst dichterbij te brengen. Dat vraagt voorstellingsvermogen en de bereidheid om verder te denken dan het eigen belang en verschillen te overbruggen. 

 

   


Vervolg
*Herwaardering van de collectieve belangen van werk en de manier waarop mensen zich via werk verbinden aan maatschappelijke opgaven staat opnieuw centraal in de volgende bijeenkomst, die op 4 juni is gepland in Utrecht. Hou onze website in de gaten en abonneer je op onze digitale nieuwsbrief om op de hoogte te blijven.

De presentaties van het symposium van 7 februari zijn hieronder te downloaden als pdf:

Bijlage

Thema's

Onderwerpen

Over NSvP

De NSvP maakt zich hard voor een menswaardige toekomst van werk. We stellen de vraag hoe de arbeidsmarkt van morgen eruit ziet en onderzoeken hoe werk zodanig kan worden ingericht dat het bijdraagt aan de menselijke waarden en behoeften. We zijn een onafhankelijke stichting. We financieren als vermogensfonds innovatieve projecten op het snijvlak van mens, werk en organisatie.

Rijnkade 88
6811 HD Arnhem
info@nsvp.nl
026 - 44 57 800

 

Vind ons op Facebook
Volg ons